162 - Wat God doet, dat is welgedaan
 
1 Wat God doet, dat is welgedaan,
Zijn wil is wijs en heilig.
'k Zal aan Zijn hand vertrouwend gaan,
Die hand geleid mij veilig.
In nood is mij, Zijn trouw nabij.
Ja Hij, de Heer der heren,
Blijft eeuwig wijs regeren.
 
2 Wat God doet, dat is welgedaan,
Zijn Woord eist mijn vertrouwen.
Hij leidt mij op de rechte baan.
'k Mag daar Zijn liefd' aanschouwen.
Hij geeft mij kracht, Zijn hulp, Zijn macht
Redt mij uit smart en banden:
Mijn lot rust in Zijn handen.
 
3 Wat God doet, dat is welgedaan,
Hij luistert naar mijn klachten.
Zou mij Zijn liefde gadeslaan
En ik Zijn hulp niet wachten?
God kent mijn hart; geen ramp, geen smart
Is ooit voor Hem verborgen:
Hij zal als Vader zorgen.
 
4 Wat God doet, dat is welgedaan,
Dat blijft de vreugd mijns levens.
God plant wel doornen op mijn pan,
Maar strooit daar rozen nevens.
Met smart paart God vaak rein genot.
Zijn vaderlijk' ontferming
Blijft eeuwig mijn bescherming.
 
5 Wat God doet, dat is welgedaan,
Zijn trouw blijft mij ten hoede.
Zijn liefde doet geen kwaad ontstaan,
't Werkt alles mee ten goede.
Als God mij leidt, zal 'k wel bereid
Mijn hoogst en reinst verlangen
In d' eeuwigheid ontvangen.

Tekst: Samuel Rodigast
Muziek: Severus Gastorius
Deze oorspronkelijke melodie wijkt misschien iets af van de melodie die u voor dit lied gewend bent
(De melodie die vaak in Nederland gebruikt wordt is een variant van Johann Sebastian Bach in enige van zijn cantates)
Oorspronkelijke Duitse tekst: Was Gott tut, das ist wohlgetan
Bundel Johan de Heer - lied 398, Gezang 186 - Wat God doet, dat is welgedaan
Afwijkende Nederlandse tekst: Liedboek voor de Kerken - lied 432 - Wat God doet, dat is welgedaan
Schrift: Deuteronomium 32:4