147 - Wie maar de goede God laat zorgen
 
1 Wie maar de goede God laat zorgen
En op Hem hoopt in 't bangst gevaar,
Is bij Hem veilig en geborgen,
Die redt Hij Godd'lijk, wonderbaar:
Wie op de hoge God vertrouwt,
Heeft zeker op geen zand gebouwd.
 
2 Wat baat ons 't twijfelmoedig vrezen,
't Kleinmoedig zuchten, wee en ach?
Vergeefs zou al ons kermen wezen,
Al klaagden w' ook de ganse dag.
De last des jammers, die men draagt,
Drukt maar te meer, hoe meer men klaagt.
 
3 Men blijv' eerbiedig God verbeiden,
En zwijg' de Heer ootmoedig stil;
Hij zal ons naar Zijn raad geleiden,
't is goed en heilig, wat Hij wil.
Vaak ligt in 't geen ons treuren doet
Voor ons de kiem van 't hoogste goed.
 
4 Treed vrolijk voort op 's Heren wegen
En neem uw plicht getrouw in acht;
't Wordt eind'lijk alles u ten zegen,
Wanneer gij biddend daarop wacht.
Wie steeds gelovig op Hem ziet,
Begeeft, verlaat Hij eeuwig niet.

Tekst: Georg Neumark
Muziek: Georg Neumark
Oorspronkelijke Duitse tekst: Wer nur den lieben Gott lt walten
Bundel Johan de Heer - lied 421, Gezang 194 - Wie maar de goede God laat zorgen
Afwijkende tekst: Liedboek voor de kerken - lied 429
Schrift: Psalm 48:15