109 - O God, die droeg ons voorgeslacht
 
1 O God, die droeg ons voorgeslacht
In nacht en stormgebruis,
Bewijs ook ons Uw trouw en macht,
Wees eeuwig ons tehuis!
 
2 Gevlucht naar Uwe vaste troon,
Vindt ieder schuil en schut,
Waar eeuwig hij beveiligd woon',
Verstoken in Uw hut.
 
3 Gij zijt, van voor Gij zee en aard
Hebt door Uw woord bereid,
Altijd dezelfde, die Gij waart,
De God der eeuwigheid!
 
4 En duizend jaar gaan als de dag
Van gist'ren voor U heen,
Een schaduw, een gedachte vaag,
Een nachtwaak, die verdween.
 
5 De tijd draagt alle mensen voort
Op zijn gestage stroom;
Ze zijn als gras, door zon verdord,
Vervluchtigd als een droom.
 
6 O God, die droeg ons voorgeslacht
In tegenspoed en kruis,
Wees ons een gids in storm en nacht,
En eeuwig ons tehuis!

Tekst: Isaac Watts
Muziek: William Croft
Bundel Johan de Heer - lied 333, Gezang 293, Liedboek voor de kerken - lied 397
Schrift: Psalm 90:1