57 - It is well with my soul
 
1 When peace, like a river, attendeth my way,
When sorrows like sea billows roll;
Whatever my lot, Thou has taught me to say,
It is well, it is well, with my soul.
 
Refrein It is well (it is well), with my soul (with my soul),
It is well, it is well, with my soul.
 
2 Though Satan should buffet, though trials should come,
Let this blest assurance control,
That Christ has regarded my helpless estate,
And hath shed His own blood for my soul.
 
3 My sin, oh, the bliss of this glorious thought!
My sin, not in part but the whole,
Is nailed to the cross, and I bear it no more,
Praise the Lord, praise the Lord, O my soul!
 
4 For me, be it Christ, be it Christ hence to live:
If Jordan above me shall roll,
No pang shall be mine, for in death as in life
Thou wilt whisper Thy peace to my soul.
 
5 But, Lord, ítis for Thee, for Thy coming we wait,
The sky, not the grave, is our goal;
Oh, trump of the angel! Oh, voice of the Lord!
Blessed hope, blessed rest of my soul!
 
6 But, Lord, ítis for Thee, for Thy coming we wait,
The sky, not the grave, is our goal;
Oh, trump of the angel! Oh, voice of the Lord!
Blessed hope, blessed rest of my soul!
 
Tekst: Horatio Gates Spafford
Muziek: Philip P. Bliss
Schrift: Psalm 146:1
 
Horatio G. Spafford schreef de tekst van dit lied, nadat zich een groot drama in zijn leven had voorgedaan. In 1871 was de grote Chicago-brand. Hierbij kwam de vierjarige zoon van Horatio om het leven. Hij bleef met zijn vrouw en vier dochters over. Horatio had veel bezittingen in de stad, die nagenoeg allemaal bij de brand verwoest werden. Twee jaar later, in 1873, besloot hij met zijn gezin voor een tijdje naar Europa te gaan. Hij moest zelf nog wat zaken regelen in Amerika en besloot alvast zijn vrouw met zijn vier dochters vooruit te sturen. Op de Atlantische Oceaan kwam het schip waarop zij naar Europa voeren in botsing met een ander schip. Hierbij kwamen 226 mensen om het leven. Zijn vier dochters behoorden tot de dodelijke slachtoffers. Zijn vrouw overleefde de ramp. Horatio had in amper twee jaar tijd dus al zijn kinderen (4 dochters en een zoon) en vrijwel al zijn bezittingen verloren. Hij was alleen nog met zijn vrouw over. Nadat al dit grote leed hem overkomen was, schreef hij de tekst van dit lied.