545 - Zend het vuur neer
 
1 Samen wachtend in de opperkamer
Op bevel van de verrezen Heer.
De belofte van de Vader
Viel op de discip'len neer (o halleluja),
Toen de Geest van God op allen daalde,
Als een sterke wind en tongen vuur.
Zo ook zoeken wij de zegen:
Vul ons hart met glorie in dit uur.
 
Refrein Zend het vuur neer, zend het vuur neer.
Zend het vuur des Geestes neer.
Wij verlangen te ontvangen
En wij roepen tot U, Heer (o halleluja):
Zend het vuur neer, zend het vuur neer.
Dat de hemel zich ontsluit'.
Uit de schitt'ring van Uw wezen
Stort het Pinkstervuur op allen uit.
 
2 Als Elia staan wij op de Karmel
En getuigen van dit blijde feest:
Jezus Redder en Geneesheer,
Ja, Hij doopt nog met Zijn Geest! (o halleluja)
Geef dit levend water aan de zondaar.
Om te redden staat Zijn liefde klaar,
Door het volle evangelie,
Want Gods ganse Woord blijft eeuwig waar.
 
3 Met elkander zoeken wij de zegen,
De belofte van het nieuw verbond
Voor de vaders en de kind'ren,
Voor die tijd en deze stond (o halleluja).
Wij geloven in die volle vreugde,
Grijpen biddend de doorboorde hand.
Schenk, o schenk Uw Geestesgaven.
Zet ons hart met hemelvuur in brand.
 
4 Met een kolenvuur van 't hemels altaar
Raak de lippen aan tot lof en prijs,
Tot aanbidding en vervulling.
Dat ons lied ten hemel rijz' (o halleluja).
Laat de wolkkolom nu nederdalen.
Overstroom ons met Uw vuur en licht.
Juichend trekken wij steeds verder,
Want het eind der reis komt reeds in 't zicht.