Glorieklokken 527 - De scherpe doorn

Vers 1

     G     C        Cm        G
'k Hoorde eens een zang vol schoonheid.
                           C     E7  Am
't Was een lied zo wonderschoon,-------
          D7      Ddim     Am
Klankvol trillend door de stilte,
D7                  G
Als een diepe orgeltoon.
         C         Cm      G
En mijn oog zocht naar de zanger,
G7       Dm      Dm7       C
Die dit heerlijk lied mij zond,
       Am       Es7   G E7
En ik vond een kleine vogel,
 Am       D7                G
Pijnlijk door een doorn verwond.

Vers 2

'k Heb ontmoet een ziel in droefnis,
Zwaar gewond door pijn en smart,
Maar haar glimlach sprak van vrede,
Die daar woonde in haar hart.
„Jezus heeft mij niet verlaten”,
Sprak zij zacht, met blij gelaat.
„In het bitt're uur van lijden,
Weet ik, dat Hij naast mij staat.”

Vers 3

'k Heb gelezen van mijn Heiland,
Die eens droeg der wereld schuld,
Die voor ons, aan 't kruis der schande,
Hoon en smarten heeft geduld,
Hoe Hij bad om schuldvergeving
Voor Zijn haters, ruw en kwaad,
Met een glimlach vol van liefde
Op Zijn uitgeteerd gelaat.

Vers 4

Ied're doorn, o ziel, brengt zegen
Voor het hart dat op God wacht,
Want Gods Woord spreekt: „Mijn genade
Wordt in zwakheid slechts volbracht”.
Des te schoner zult gij zingen
In die kracht, zo wonderbaar.
Zie op Hem, kind van Gods liefde.
God weegt niemands last te zwaar.