489 - Jezus' handen
 
1 O, die handen van mijn Heer,
Zo wreed doornageld, weleer.
Leg ze op mijn moede hart,
Dan wijkt de zorg en de smart.
Gans mijn leven wijd ik U.
O, vergeef mijn zonden nu!
Maak mij van mijn banden vrij!
O, leg Uw handen op mij!
 
2 O, die handen van mijn Heer,
Gelegd op kranken, zo teer!
Kom en heel mijn krankheid nu.
Mijn ziele hoopt slechts op U.
'k Kniel nu aan des kruises voet.
'k Vind verlossing in Uw Bloed.
Maak mij van mijn krankheid vrij!
O, leg Uw handen op mij!
 
3 O, die handen van mijn Heer,
Die kind'ren streelden, zo teer,
Eens doorboord op Golgotha,
Voor mijne schuld, uit gena.
Straks, aan d' overzij van 't graf,
Wist die hand mijn tranen af.
Blijf, o Heiland, mij nabij!
O, leg Uw handen op mij!