487 - Liefde
 

Vers 1
   Bes                        F7    Bes
't Was liefd' alleen, die uit glorieland,
     Es                     Besdim Bes
Mijn Heiland geleidde naar 't aard-se strand
                        Es
Om daar te sterven voor onze schuld.
Besdim  Bes   F7 Bes
't Was liefd' al-leen!
Refrein
Bes          F7          Bes
Lief    -    de,         lief   -    de,
Lief    -    de,         lief-de  al-leen,
Won-der-vol, won-der-vol is   Zij-ne lief-de,
                G7    F7
Liefde zo Godd'lijk schoon!
                          Bes
Lief    -    de,          lief  -   de,
Won-der-vol, God gaf Zijn e - ni-ge Zoon,
C7                  F    F+
God gaf Zijn enige Zoon.---
Bes          F7          Bes
Lief    -    de,         lief    -     de,
Lief    -    de,         lief- de   al-leen,
Won-der-vol, duld-de ver-smaad-heid en spot,
 Es                     D
Duldde versmaadheid en spot.
 Cm                       Bes         Gm
Lief    -    de,          lief   -    de,
Won-der-vol, won-der-vol, lief-de van God,
Es  G7 Cm Bes    F7  Bes     Es  Bes
Won-de-re liefde van God (ja van God)!
Vers 2
Mijn Heiland daald' uit de hemel neer,
De Koning der koningen, onze Heer!
Hij gaf Zijn leven op 't ruwe kruis.
't Was liefd' alleen!
Vers 3
In Beth'lems stal, in een kribje klein,
Daar wilde de Heiland geboren zijn.
Hij zocht geen schatten, noch aards genot.
't Was liefd' alleen!
Vers 4
Gezegend zijt Ge, o Vredevorst!
Gij hebt mijne zonden op 't kruis getorst.
Gij gaaft U Zelve voor ons geheel.
't Was liefd' alleen!
(De in rood vermelde tekst is de tekst van de tegenzang.
De in groen vermelde tekst is een tweede tegenzangpartij.)