478 - Als de schaduwen vlieden
 
1 Als de schaad'wen zullen vlieden
En de dageraad breekt aan,
Als het morgenrood zal glanzen
En de zon is opgegaan,
O, dan zal ik Hem aanschouwen,
Hem mijn Herder en mijn Heer,
Die Zijn schapen kent bij name
En ze voortleidt trouw en teer.
 
Refrein Ja, Hij kent Zijn schaap bij name,
Kent mijn moeite, zorg en plicht.
Als de schaad'wen zullen vlieden,
Voert Hij mij in 't eeuwig licht!
 
2 Door het dal van donk're schaduw
Voert Hij mij aan waat'ren rein
En Zijn stem spreekt vol erbarmen:
„Vrees niet, Ik zal met u zijn”.
Ja, Zijn staf zal mij beschermen
In het uur van strijd en nood,
Want Hij kent Zijn trouwe schapen,
Die Hem volgen tot de dood!
 
3 Over bergen en door dalen
Volgt het schaap des Herders spoor,
Lettend op Zijn zachte wenken,
Neigend naar Zijn stem het oor.
Als de schaad'wen zullen vlieden
En de dageraad breekt aan,
Als het morgenrood zal gloren,
Zal ik naast mijn Heiland staan.