474 - „Amen” tot Jezus
 
1 Mijn hart sprak eenmaal „Ja” tot Jezus,
Toen Hij mij riep met teed're stem.
'k Zei: „Amen, Heer, op al Uw wegen”,
En 'k gaf mijn leven gans aan Hem.
 
Refrein Ja, Amen Heer, op 't geen Gij gebiedt.
't Is goed wat mij van U geschiedt.
Ik volg U waar Uw hand mij leidt.
Ja „Amen”, tot in eeuwigheid.
 
2 O, laat mij slechts een nietig werktuig zijn
In dienst van Hem, mijn dierb're Heer.
Uw kracht, o Heiland, wordt geopenbaard
In hen, die leven tot Uw eer.
 
3 Amen, Heer, op al wat G' over mij beschikt:
't Zij vreugde, droefenis of rouw.
Geborgen in Uw vaste, heil'ge wil,
Mag 'k rusten op Uw eeuw'ge trouw.