473 - Het volgen van Jezus
 
1 Ik heb een Herder, die mij zachtkens leidt,
Aan stille waat'ren, vol van heerlijkheid.
En aan groene weiden voert Hij trouw mijn voet.
Onder Zijne schaduw steekt geen zonnegloed!
 
Refrein Tedere Herder 'k volg U dag en nacht!
Nooit tevergeefs heeft een schaap U gewacht.
Gaat 't over bergen, of door het dal,
Jezus, mijn Herder, is mijn „Al” in al!
 
2 Groot is Zijn liefde voor het zwakke lam,
Dat Hij eens zo teder in Zijn armen nam.
Toen het droef en eenzaam om ontferming bad,
Bracht de Goede Herder 't op het rechte pad.
 
3 'k Was eens verloren, maar mijn Herder vond mij,
Maakte mij van smetten en van krankheên vrij,
Bracht het dolend schaap zacht naar de kudde weer.
Daarom zal 'k steeds juichen: „Ere zij mijn Heer!”
 
4 Vriend'lijk genas Hij ied're zondepijn,
Reinigde mijn ziele in de heilsfontein.
'k Volg nu trouw mijn Herder door het dorre land,
Tot 'k voor eeuwig rusten zal aan 't hemels strand.