464 - De Heer is mijn Herder
 
1 De Heer is mijn Herder, mijn blijdschap, mijn lust.
Hij voert mijne ziele aan wat'ren der rust,
Aan grazige weiden, waar 't gras groeit zo dicht,
In de hof van Gods liefde, vol bloemen en licht,
In de hof van Gods liefde, vol bloemen en licht.
 
2 Door donk're valleien van zonde en dood,
Leidt vast Hij Zijn kudde, beschermt haar in nood.
Met rustige schreden, gaat immer Hij voor.
Hij voert al Zijn schapen in 't lichtende spoor.
Hij voert al Zijn schapen in 't lichtende spoor.
 
3 Gods tafel noodt ieder: Zit aan, vriend en eet,
De olie des Geestes staat immer gereed.
Zij stort in uw ziele een hemels genot.
Uw beker vloeit over van vreugde in God.
Uw beker vloeit over van vreugde in God.
 
4 Aan 't eind mijner dagen, als 't werk is volbracht,
Als dageraad schemert in 't grauw van de nacht,
Dan zal ik ontvangen een kroon voor mijn kruis,
En voert Hij mij binnen in 't eeuwig tehuis,
En voert Hij mij binnen in 't eeuwig tehuis.