461 - De stem van mijn Meester
 
1 Hij roept in 't ruisen van de avondwind.
Vol liefde spreekt Hij tot mij, Zijn eigen kind.
Als 't dagwerk rust en stilte heerst rondom,
Dan voert Hij m' in Zijn heiligdom.
 
Refrein Hij spreekt en al het duister vliedt dan heen.
In lichtglans zie 'k Zijn heerlijkheid alleen.
Dan buig 'k in 't stof voor 's Heren majesteit.
'k Aanbid Hem tot in eeuwigheid!
 
2 Zijn stem klinkt boven al het stormgedruis,
Van dagelijks leed en smart'lijk levenskruis.
Slechts daar, waar God in 't hart een Eden vindt,
Spreekt Hij in 't ruisen van de wind.
 
3 O, zoete troost van Jezus' dierb're stem.
Als reine klank uit 't nieuw Jeruzalem.
Straks zal Zijn komst vergoeden elk gemis.
Dan zal 'k Hem zien gelijk Hij is.