460 - Draagt uw Bijbel met u
 
1 Draagt steeds uw Bijbel met u,
Voedt daag'lijks u met Gods Woord.
Houdt uwe zeeg'ning dicht bij u.
Leest in de Schrift ongestoord.
 
Refrein Draagt steeds uw Bijbel met u (met u),
Draagt steeds uw Bijbel met u (met u),
Waar g' u ook bevindt,
Bij vijand of vrind.
O, draagt steeds uw Bijbel met u (met u).
 
2 Draagt steeds uw Bijbel met u,
Opdat g' een zegen moogt zijn.
Opent Gods Woord voor de zondaar.
Toont hem de levensfontein.
 
3 Draagt steeds uw Bijbel met u.
't Woord schenkt u innerlijk kracht,
Moedig te gaan door dit leven,
Zelfs door de donkerste nacht.
 
4 Draagt steeds uw Bijbel met u.
Lezen en bidden maakt sterk,
Zielen te winnen voor Jezus,
Krachtig te staan in Gods werk.