429 - Hoor, ik ken een schaapje klein
 
1 Hoor, ik ken een schaapje klein,
Dat wou niet gehoorzaam zijn.
Uit de kudde liep 't vandaan.
't Kwam terecht op boze pan.
 
Refrein
na vers
1, 2 en 3
Hoor, hoor, hoor, ik was dat schaapje klein.
Hoor, hoor, hoor, ik was dat schaapje klein,
Maar mijn Heiland, maar mijn Heiland zocht ook mij.
 
2 Hoor, ik ken een schaapje klein.
't Deed aan doorn en rots zich pijn.
't Struikeld' op oneffen grond
En werd overal gewond.
 
3 Hoor, ik ken een schaapje klein,
Dat zo dankbaar nu wil zijn,
Want de Herder zocht in 't dal,
Droeg het schaapje naar de stal.
 
4 Ja, ik ben dat schaapje klein
En wil graag gehoorzaam zijn.
'k Wil niet van de Herder weg.
'k Volg Hem op de goede weg.
 
Refrein
na vers 4
Ja, ja, ja, dat schaapje wil ik zijn.
Ja, ja, ja, dat schaapje wil ik zijn.
Ja, mijn Heiland, ja, mijn Heiland, ik ben Zijn.