410 - De laatste kans
 
1 „Neen, nu nog niet!” en 't hart versmoort,
Des Heilands stem, zo vaak gehoord;
Zijn weig'ring had, nog eer hij 't wist,
Diezelfde nacht zijn lot beslist.
 
Refrein Weiger niet (o weiger niet),
Ga zo niet heen (ga zo niet heen),
Blijf niet lan- (blijf niet lan-) ger zeggen: neen!
Hoor de stem (o hoor de stem)
Van Jezus nu (van Jezus nu),
Wellicht is 't straks te laat voor u.
 
2 „Neen, nu nog niet!”, bedenkt het wel,
't Gaat om een hemel of een hel!
Nog vraagt de Heer met tederheid:
„Waar zult ge zijn in d' eeuwigheid?”
 
3 „Neen, nu nog niet!” zegt 't sidd'rend hart.
O, waarom langer nog in smart?
Kom met uw schuld aan Jezus' voet,
Er is verlossing in Zijn Bloed!
 
4 „Neen, nu nog niet!” zegt menigeen,
En zonder vrede gaat men heen.
Wellicht voor velen is het thans,
't Beslissend uur, de laatste kans!
 
Dit lied is gemaakt naar aanleiding van de volgende geschiedenis:
In een tent-samenkomst zat in een der voorste rijen een gezelschap van dames en heren. Een der heren werd door het Evangelie in het hart getroffen en uitgenodigd, zijn hart aan de Here Jezus te geven. Toen hij wilde oprijzen, stootte een der dames uit het gezelschap hem aan, en raadde hem het niet te doen. Hij bedacht zich en zei toen lachend tot de Evangelist: „Neen, nu nog niet!” Op hun terugweg begonnen zij in het rijtuig zodanig te spotten, dat zij zelfs in overmoed de samenkomst gingen nabootsen; de een speelde voor Evangelist, de ander voor zanger, weer een ander knielde, weende of bad, en zei dan: „Neen, nu nog niet!” Plotseling reed het rijtuig tegen een omgevallen boomstam op de weg. De paarden schrokken en geraakten op hol. Dezelfde man die gezegd had „nu nog niet” bereikte zijn huis niet meer levend.