391 - O, Bethlehems ster
 
1 In Bethlehems stal, in een kribbe zo klein,
Lag eenmaal mijn Koning en Heer.
Hij daalde op aard, onschuldig en rein,
Om te dragen mijn zonden en pijn.
 
Refrein O, Bethlehems ster,
O sterre van Bethlehem, wond're ster,
O Bethlehems ster, wond're ster,
Vol glorie en pracht,
Vol glorie, vol glorie en pracht, en pracht,
Vol glorie, vol glorie, pracht en pracht,
Gij verscheent aan de trans
Gij verscheent, gij verscheent aan hemelse trans
In duistere nacht.
In duistere nacht, in duistere nacht.
Mijn oog blijft gericht
Mijn oog blijft gericht, blijft gericht, blijft gericht
Mijn oog blijft gericht, gericht, blijft gericht
Op uw vriendelijk licht.
Op 't vriendelijk licht, op 't vriendelijk licht.
Gij, mijn Redder en Heer,
Mijn Redder en Heer, mijn Redder en Heer,
U zij lof, dank en eer.
Zij lof, dank en eer.
 
2 Voor Jezus, Gods Zoon, was geen plaats hier ter woon.
Hij duldde stil smaadheid en hoon.
Hij droeg onze schuld en stierf aan het kruis,
Baand' een weg ons naar 't hemels tehuis.
 
3 O, glorie zij God, die Zijn Zoon tot ons zond,
Als 't Lam dat voor ons werd geslacht.
O, prijst Jezus' Naam, gij christ'nen tezaam,
Voor 't offer voor ons eens gebracht.
 
(De in rood vermelde tekst is de tekst van de tegenzang.
De in groen vermelde tekst is een tweede tegenzangpartij.)