386 - Doe mij rusten aan Uw hart, o Heer
 
1 Doe mij rusten aan Uw hart, o Heer.
Slechts bij U vind 'k vree en rust.
Gans de wereld is vol zorgen, Heer.
Voer mijn ziel naar veil'ge kust.
Donk're neev'len dekken d' aarde,
Als een rouwfloers somber dicht,
Maar de ziel, met God verenigd,
Wandelt eeuwig in het licht.
 
Refrein Doe mij rusten aan Uw hart, o Heer.
Slechts bij U vind 'k vree en rust.
Gans de wereld is vol zorgen, Heer.
Voer mijn ziel naar veil'ge kust.
 
2 Vol genade is Uw Vaderhart.
Op U steun ik in de nood.
Gij, de Trooster, in mijn zorg en smart,
Die Uw Bloed voor mij vergoot.
Als de stormwind woedt in 't leven,
Spreekt Uw stem met kracht: „Zwijg stil!”
Satans machten doet Gij beven
Op dat Machtswoord van Uw wil.
 
3 In de wereld is geen vrede, Heer,
Maar Uw liefde troost in smart.
Zij, die bidden, dragen stille vree
Diep verborgen in het hart.
Altijd kunt Gij uitkomst geven
Aan de ziel, die op U wacht.
Helder straalt Uw liefd' ons tegen,
Als een ster in duist're nacht.