350 - Ben ik het, Heer?
 
(Het lied begint met een korte muziekale inleiding.)
 
1 Ben ik het Heer, die U aan 't kruishout bracht,
Die eens Uw trouwe liefde heb veracht?
Draag ik de schuld van 't geen Gij leed die nacht?
Ben ik het, Heer?
 
2 Ben ik het Heer, o, heil'ge Koningszoon,
Die vlocht tezaam de doornen van Uw kroon,
Die U vervolgde met mijn smaad en hoon?
Ben ik het, Heer?
 
3 Ben ik het Heer, onwaardig en onrein,
Die uit gena Uw eigendom mag zijn,
Door 't heilig Bloed verlost van zondepijn?
Ben ik het Heer?
 
4 Ook voor mijn schuld stierft Gij op Golgotha!
Wie kan verstaan, die volheid van gena?
'k Leg vol van dank, mijn leven voor U neer.
'k Ben d' Uwe Heer!