Glorieklokken 322 - De Heer is mijn Herder

Vers 1

F       C7       F Bes F   C    F
De Heer is mijn Herder en geen ding
     G         G7        C
Ontbreekt mij naar Zijn wil.
 F          C7  F   C   C7 F  C7  F  C7  F
Hij schenkt--- mij rust--- in gra - zig land,
     Bes       F   C   F
Aan waat'ren klaar en stil.

Vers 2

Hij is het, die mijn ziel verkwikt,
En die mijn schreden leidt
In rechte sporen, om de eer
Zijns Naams in eeuwigheid.

Vers 3

Al ga ik door een duister dal,
Ik vrees geen kwaad, want Gij
Zijt altijd met mij en Uw stok
En staf vertroosten mij.

Vers 4

Gij zijt het, die mijn dis bereidt
Voor 't oog van wie mij krenkt;
Die zalft mijn hoofd en mij een kelk
Tot overvloeiens schenkt.

Vers 5

Zo zullen heil en goedheid groot
Mij volgen dag aan dag.
En ik verkeer in 's Heren huis,
Waar 'k eeuwig wonen mag.