313 - Het ontbreekt u nog aan vrede
 
1 't Ontbreekt u nog aan vrede.
Uw hart is vreugdeloos.
Uw oog ziet mat en droevig.
Uw gang is lusteloos.
 
Refrein O, mocht gij toch geloven!
Gij hadt reeds lang ontdekt,
Hoe Jezus' liefde-armen
Naar u zijn uitgestrekt.
 
2 Bij Hem alleen is vrede
En troost voor 't rust'loos hart,
Van armen, kranken, moeden,
Gekweld door zondesmart.
 
3 Slechts uit des Heilands wonden
Welt heling voor 't gemoed.
Wie Hem nog niet mocht vinden,
Mist nog het hoogste goed.
 
4 Gij vecht met vrees en zonden.
Gij hieldt zo gaarne stand,
Maar telkens valt het wapen,
U macht'loos uit de hand.
 
5 En vraagt gij: „Wat is waarheid?”
In uwe duisternis,
Ga dan tot Hem om klaarheid,
die zelf de waarheid is.