272 - Geen nacht aldaar
 
1 In het land van eeuwig licht
Ligt een vierkante stad.
Schijnsel van de zon of maan
Heeft zij nimmer gehad.
 
Refrein God zal drogen ied're traan,
God zal drogen ied're traan,
Als wij eens daar binnengaan.
Als wij eens daar binnengaan.
Dan wijkt zorg en elk bezwaar,
Dan wijkt elke zorg en elk bezwaar,
Want geen nacht is aldaar.
Want geen nacht is aldaar.
 
2 In die stad vierkant van vorm,
Daar zijn straten van goud,
En de poorten schitt'rend schoon
Zijn uit paarlen gebouwd.
 
3 In dat nieuw Jeruzalem
Zijn de poorten niet dicht.
Ieder die daar binnengaat
Wandelt eeuwig in 't licht.
 
4 Steeds vloeit daar een zilv'ren stroom
Van de Godd'lijke troon.
Pelgrims drinken 't zuiver nat
In dat Sion zo schoon.
 
(De in rood vermelde tekst is de tekst van de tegenzang.)