270 - Blijf met mij
 
1 O, blijf met mij. Alleen kan ik niet gaan.
Hoog staat de zee. Geen starlicht breekt zich baan,
Ik bouw op U, mijn Gids, die nimmer faalt,
Met hemelglans mijn eenzaam pad bestraalt.
 
Refrein O, blijf met mij (o blijf met mij),
In storm en nacht (in storm en nacht),
Mijn Vriend en Leids- (mijn Heer en Vriend)
Man, vol van kracht (ja vol van kracht).
Houd vast mijn hand (houd vast mijn hand),
In noodgetij (in noodgetij).
O, trouwe Hei- (o trouwe Hei-)
land, blijf met mij (o blijf met mij).
 
2 Blijf met mij als op 's levensoceaan
Mijn scheepje zwalkt, met zorgen zwaar bela‚n.
Vat Gij het roer in Uw doorboorde hand,
En leidt mij voort tot 't hemels vaderland.
 
3 'k Weet dat Uw staf mijn ziel vertroosten zal,
Als 'k straks zal zijn in 't donk're dodendal.
Gij dierb're Heer, die afwist ied're traan,
Tot over 't graf, zult Gij steeds met mij gaan.