265 - Het eenzame pad
 
1 Het eenzame pad is voor 't Godskind alleen,
Dat stil achter Jezus wil gaan,
Dat strijd heeft gekend en verzoeking en leed,
En 't kruis van Zijn Heer heeft verstaan.
 
Refrein Vree, vree, wondere vree
Geeft de Heiland aan 't hart dat Hem mint.
Een licht en een kracht in de eenzame nacht
Is de Meester voor 't biddende kind.
 
2 Dat eenzame pad kronkelt steil naar omhoog.
De tocht is vermoeiend en lang.
De doornen zijn scherp en verwonden de voet,
Maar 't hart van Gods kind is niet bang.
 
3 Hij weet, daar is En, met een lichtend gelaat,
Met ogen zo teder en zacht,
Die stillekens legt Zijn doorboorde hand
Op 't hoofd van de wand'laar bij nacht.
 
4 Mijn leven is Christus en Christus alleen.
Blijmoedig verdraag ik mijn lot.
Ja, 't eenzame pad wordt gekend slechts door hem,
Die wandelt als Henoch met God.