264 - Geborgen
 
1 Men zegt tot mij: „Gevaren
Zijn op 't pad waarop gij gaat”,
Doch zij zien niet, o Heer Jezus,
Dat Gij zelve naast mij staat!
 
Refrein O, met Jezus aan mijn zijde
Durf ik ied're weg te gaan,
Doch alleen waag ik geen schrede
Op de duist're levensbaan.
 
2 Men zegt: „Het leed zal komen
En uw schoonste hoop vergaan”,
Doch ik weet in Wie 'k gelove!
Eeuwig blijft Zijn trouw bestaan!
 
3 Ja, ik weet: Mijn hart is twijf'lend
En mijn liefde veel te klein,
Doch, geborgen in mijn Heiland,
Zal ik overwinnaar zijn.
 
4 Niets, o niets kan mij ooit schaden
Als mijn Jezus met mij gaat.
In Hem vind ik rust en vrede
Tot de laatste ure slaat.