261 - Kom tot het feest
 
1 Hoort, Jezus noodt u:
Komt tot het feest.
Komt, alle dingen zijn gereed.
Voor arm en rijk is er plaats bereid.
Trekt aan thans het bruiloftskleed.
 
Refrein Elk die wil mag komen.
Elk die wil mag komen tot de Koningszaal.
Gaat, in de Koningszaal.
Gaat, o gaat toch in de Koningszaal, de Koningszaal.
Elk die wil mag komen in de Koningszaal.
O zwakken en vermoeiden,
O zwakken en vermoeiden, daar 's plaats aan 't bruiloftsmaal,
Daar 's plaats aan 't bruiloftsmaal.
 
2 Hoort, Jezus noodt u:
Komt tot het feest.
Kom, o mijn vriend, nog is het tijd.
Ga binnen, blijf toch niet buiten staan.
Voor u is ook plaats bereid.
 
3 Hoort, Jezus noodt u:
Komt tot het feest.
't Licht straalt van ver u tegemoet.
Een ereplaats is voor elk bereid,
Die rein is door Jezus' Bloed.
 
4 Hoort, Jezus noodt u:
Komt tot het feest.
Kom, arme zondaar stel niet uit!
De Vader roept u een welkom toe.
Kom, neem nu een vast besluit.
 
(De in rood vermelde tekst is de tekst van de tegenzang.
De groene tekst is een tweede tegenzangpartij.)