259 - Ik was eens verstrikt in de wereld
 
1 'k Was eens verstrikt in de wereld.
'k Volgd' al mijn wensen en lust,
Maar 'k had geen vreugd in mijn harte.
'k Smachtte naar vrede en rust (naar vree en rust).
 
Refrein Jezus mijn Redder, vol van genade,
Gij schonkt mij licht in donkere nacht.
Gij hebt mij vergeven al mijne zonden.
U zij al d' eer en de lof toegebracht.
 
2 Toen klopte Hij aan mijn harte,
Jezus mijn Koning en Heer.
'k Viel met berouw aan Zijn voeten,
En ik weerstond Hem niet meer (o Hem niet meer).
 
3 Sinds ben 'k met Jezus verbonden.
Waar is een Vriend zoals Hij?
Hij is mijn schild bij verzoeking.
Onder Zijn Bloed ben ik vrij (ja ben ik vrij).