255 - Bij de heilige doop
 
1 'k Geef u thans mijn leven, Heer.
'k Leg het op Uw altaar.
Vast in U geborgen,
Wil 'k U voortaan volgen.
Doe mij leven tot Uw eer,
tot de blijde morgen.
Hij is mijn,
Ik ben Zijn,
Tot in eeuwigheid.
 
2 Neem mijn handen, maak ze, Heer,
Tot Uw dienst hulpvaardig.
Leer mij eerlijk hand'len,
In Uw licht steeds wand'len.
Vorm naar Jezus' beeld mij meer,
Trooster vol genade.
Hij is mijn,
Ik ben Zijn,
Tot in eeuwigheid.
 
3 Al mijn gaven offer 'k, Heer,
Aan de voet des kruises,
Tot de dienst des Heren,
Om Zijn Naam te eren.
In Hem vind ik rust en vree,
Al wat 'k mag begeren.
Hij is mijn,
Ik ben Zijn,
Tot in eeuwigheid.
 
4 't Oude leven is voorbij,
Met zijn strijd en zonden.
'k Wil mijn „al” nu geven,
Om voor God te leven.
'k Vang het nieuwe leven aan,
't Hoofd fier opgeheven.
Hij is mijn,
Ik ben Zijn,
Tot in eeuwigheid.