254 - Nieuwe gloriezang
 
1 O, welk een glorie als Jezus komt,
Als Jezus komt, als Jezus komt!
O, welk een glorie als Jezus komt
Op wolken van heerlijkheid!
O, welk een glorie als Jezus komt,
Als Jezus komt, als Jezus komt!
't Morgenrood gloort reeds aan 's hemels trans,
Met lokkende wondere glans.
Straks jubelt zij luid,
De zalige bruid,
Voor eeuwig geborgen in Jezus.
Geen strijd zal meer zijn,
Geen moeite of pijn,
Maar vreugde en zonneschijn.
 
2 O, hoe verlangt toch mijn hart naar Hem,
Mijn hart naar Hem, mijn hart naar Hem.
'k Hoor in de Geest reeds Zijn teed're stem,
Die straks roept Zijn schapen bij naam.
't Duister zal wijken voor 't eeuwig licht,
Voor 't eeuwig licht, voor 't eeuwig licht,
Stralend, van 't goddelijk aangezicht
Van Jezus, mijn Heiland en Heer!
Zijn liefde is mijn
En ik ben de zijn'.
Neen, niets kan mij scheiden van Jezus.
Geen lokkende schijn
Van werelds festijn
Bevredigt het kind van God.
 
3 Zijt gij bereid straks als Jezus komt,
Als Jezus komt, als Jezus komt?
Reinig uw harten, want Jezus komt!
O, was u in 't Bloed van het Lam!
Is wel met olie uw lamp gevuld,
Uw lamp gevuld, uw lamp gevuld,
't Lichaam met 't heiligingskleed omhuld,
Want Jezus, uw Bruidegom komt!
Van zonden gans vrij,
De zorgen voorbij,
Mijn ziel roept: kom haastig, Heer Jezus!
De tijden zijn bang.
Uw bruid wacht zo lang.
Kom haastiglijk tot ons Heer!