236 - Wanneer ik het Bloed zal zien
 

Vers 1
C                F            C
In oude tijden sprak IsraŽls God
 G                      G7   Am7     C
tot 't Joodse volk: „O hoort mijn gebod!
                     F
Slacht u een lam en neemt van zijn bloed.
                   C        G7       C
Strijkt 't aan uw deurpost, ja met spoed.”
Refrein
 C
Als ik zien (als ik zien)
 F        C
Zal het Bloed (zal het Bloed),
        G7
Als ik zien (als ik zien)
 F        C
Zal het Bloed (zal het Bloed),

Als ik zien (als ik zien)
          F
Zal het Bloed (zal het Bloed),
Fdim F   C           G7         C    F    C
Zal  de vijand niet schaden uw ziel (uwe ziel).
Vers 2
Ziet, de verderver trekt door het land,
Doodt en verwoest met ijzeren hand.
Doch 't volk van God, beschermd door het Bloed.
Ducht geen gevaar, want God behoedt.
Vers 3
Blijft, o Gods kind'ren, onder het Bloed.
Jezus bewaart u, teder en goed.
Zond' en verzoeking, water of vlam,
Wijken voor 't dierbaar Bloed van 't Lam.
Vers 4
't Oordeel zal komen, haast is 't de tijd,
Zijt gij, o zondaar, nog niet bereid?
't Volk van Egypte zal straks vergaan,
O, grijp het Bloed van Jezus aan!