234 - Als Jezus met mij gaat
 
1 Als Jezus met mij wandelt,
Is ied're voetstap licht.
Mijn oog mag dan aanschouwen
Zijn vriend'lijk aangezicht!
Hij is mij steeds nabij,
Op bergtop, in vallei.
Als Jezus met mij gaat,
Dan vrees ik geen kwaad.
 
Refrein Met Jezus te wand'len in 't licht (in 't licht),
Welk genot!
Een leven zo vrij,
Zo zalig en blij,
Met Hem, mijn God!
Hij draagt al mijn zorgen voor mij (voor mij).
Hij is mijn kracht (mijn kracht)!
Hoe zalig met Jezus te wand'len, dag en nacht.
 
2 Ik wandel op de hoogweg
Met Jezus, mijne Heer.
Hij spreekt mij van genade,
Van liefde, keer op keer.
Hij kent mijn kruis en leed,
Staat steeds tot hulp gereed.
Als Jezus met mij gaat,
Dan vrees ik geen kwaad.
 
3 Vol vreugde is mijn harte,
Als Jezus met mij is,
Doch droevig, vol van smarte,
Wanneer 'k Zijn liefde mis.
Dan leg 'k voor Hem, mijn Heer,
Mijn schuld en lasten neer,
En 't licht der genade
Keert dra tot mij weer.
 
4 Neen, 'k wil Hem niet bedroeven,
mijn trouwe God en Heer.
Met Hem wil 'k altoos wand'len,
in reinheid, tot Zijn eer.
Gestorven 't eigen „ik”,
volg 'k Hem elk ogenblik.
Voor eeuwig verbonden,
„Mijn Jezus en ik”.