233 - Aarden vaten
 
(Het lied wordt voorafgegaan door een kort voorspel.)
 
1 Aarden vaten zoekt de Meester,
In zichzelve zwak en klein.
Die gereinigd en geheiligd,
Hem ten dienste willen zijn.
 
Refrein Vul mij met de spade regen,
Vul mij, vul mij met de spade regen,
Met Uw liefd' o dierb're Heer.
Met Uw liefde, met Uw liefde dierb're Heer.
Stel mij tot een rijke zegen,
Stel mij, stel mij tot een rijke zegen,
Doe mij leven tot Uw eer.
 
2 Lege vaten zoekt de Meester,
Dood aan 't oude eigen „ik”,
Rein door 't dierbaar Bloed des kruises,
Toegewijd elk ogenblik.
 
3 Vaten, die de Heer kan vullen
Met zijn Heil'ge Geesteskracht.
Doe mijn beker overvloeien
Voor hem, die naar laaf'nis smacht.
 
(De in rood vermelde tekst is de tekst van de tegenzang.)