232 - Wat geen oog heeft gezien
 

Vers 1
 F       C7       Cdim C7           F       Fdim  F
Wat geen oog heeft ge-zien en geen oor heeft ge-hoord,
    C7     Cdim C7              F          C7    F
't Geen God be-reid heeft, die leeft naar Zijn Woord.
        C7     Cdim C7          F
Aardse schatten ver-liezen hun waard' in mijn oog,
       Ddim                    C7
Als 'k denk aan de glorie die wacht mij omhoog.
Refrein
    F        F7   D    D7   Gm                     Gm7
'k Zie reeds van verre een stad, nooit aanschouwd,----
 C7                    F     Fdim  F
Blinkende poorten uit paarlen ge-bouwd.
A7                        Dm              Gm
O, wat geen mens heeft gezien of gehoord,---
  F                         C F C7  F
Wacht mij daar ginds in dat zalige oord.
Vers 2
Aardse schatten vergaan door de roest en de mot.
Kom, en vergader u schatten in God.
Wat bewaard is hierboven in godd'lijke hand,
Dat vindt ge straks t'rug in het hemelse land.
Vers 3
Wees een zegen voor elk die ge ontmoet op uw pad.
'n Werk voor de Heer, wordt een hemelse schat.
Spreid slechts bloemen van liefde, zo teder en schoon,
En straks zult ge ontvangen een palm en een kroon.