227 - De hof des gebeds
 

Vers 1
 D                       G               D
Daar 's een hof waar de bloemen steeds bloeien,
            E7  D       A7 D
O, een hemelse tuin van geluk,
                    G            D
Waar de palmen des vredes fris groeien,
       A            E     E7   A
En de ziel wordt ontheven van druk.
Refrein
A                     A7  D     Ddim D
O, die zalige hof van het innig  ge-bed,
         A  Bm7  A  A7    D   A    D
Waar de Heiland verkeert met Zijn kind.
                    D7
Een gemeenschap zo rein,
             G
Als slechts moog'lijk kan zijn,
 A         Bm     D        A7   D
Tussen God en de ziel, die Hij mint.
Vers 2
Daar 's een hof vol van zonschijn en glorie,
Waar het licht straalt van d' eeuwige dag,
Waar de lucht is vervuld van victorie,
En de droefenis wijkt voor een lach.
Vers 3
Daar 's een hof waar ik spreek met mijn Koning,
Waar 'k Zijn kracht om te dienen ontvang.
Slechts in Hem vindt mijn ziele haar woning.
Daar aanbidt zij met woord en gezang.
Vers 4
Daar 's een hof waar de waat'ren steeds stromen
Uit de eeuw'ge levensfontein,
Waar een stem spreekt: die dorst heeft mag komen,
En zich laven aan 't water zo rein.
Vers 5
Daar 's een hof, waar 'k in God ben verloren,
En mijn ziele slechts jubelt en zingt,
Waar geen onrust der wereld kan storen,
En de heerlijkheid Gods mij omringt.