220 - Wonder geheim
 
1 Wonder geheim, des Heilands Bloed
Werd mij tot winst. Van al Zijn nood
Was ik de schuld. O, was 't voor mij,
Die Hem vervolgde tot de dood?
Wie zal 't geheim verstaan, dat Gij,
Mijn God, Uw leven gaaft voor mij?
Wie zal 't geheim verstaan, dat Gij,
Mijn God, Uw leven gaaft voor mij?
 
2 Hij daalde neer van 's Vaders troon,
Gena zo grenzeloos! O troost!
Hield niets voor zich dan liefd' alleen,
En stierf voor Adams hulp'loos kroost.
O, liefde groot, gena is 't al,
Die redt uit onze diepste val.
O, liefde groot, gena is 't al,
Die redt uit onze diepste val.
 
3 O, vreemd geheim, het Leven sterft.
Wie vorst dit diepste raadsel na?
Zelfs peilt de hoogste seraph niet,
Die wond're diepte van gena,
Gena alleen, gena steeds weer.
Zwijgt eng'len, buigt aanbiddend neer.
Gena alleen, gena steeds weer.
Zwijgt eng'len, buigt aanbiddend neer.
 
4 Lang smachtte mijn gebonden geest
In nacht van zond' en macht van 't vlees.
Gij zondt Uw levenswekkend licht.
De kerker straald' en ik verrees.
Mijn keten brak, ik was bevrijd,
En volgde U, Heer, voor altijd.
Mijn keten brak, ik was bevrijd,
En volgde U, Heer, voor altijd.
 
5 Geen vrees voor 't oordeel nu, want Hij,
Met al zijn volheid, is nu mijn!
Levend in Hem, mijn levend Hoofd,
In Zijn gerechtigheid nu rein.
Vrijmoedig ga ik tot de troon,
Ontvang door Hem als recht mijn kroon.
Vrijmoedig ga ik tot de troon,
Ontvang door Hem als recht mijn kroon.
 
(De in rood vermelde regels worden in zang en tegenzang gezongen.)