218 - Opwaarts gaat ons pad
 

Vers 1
As            Es7 As  Es7  As
Opwaarts gaat ons pad naar boven,
         Des    Gdim7 As
Naar ons he-mels---- huis (hemels huis).
              Es7 As   Es7  As
Opwaarts gaat ons pad, naar boven,
Es7 As    Bes        Bes7  Es   Bes7  Es
Op-waarts naar het hemels huis (naar huis).
 As Des  As Besm7 As
Dreigen soms ge - varen,
                  Bes7 Es7 As
Geeft het klimmen be - zwa-ren,

Geen versagen, geen versagen,
 Fm Desm6 As  Es7   As
Want wij gaan naar huis!
Refrein
As  Es7     Des   As
Wij zijn op reis naar Huis,
                      Wij zijn op reis naar
    Es7     Des   As  Es7
Wij zijn op reis naar Huis.
Huis,                 Wij zijn op reis naar
              Bes  Es7
Zin-gend gaan wij voort
Huis.              Zin-gend gaan wij
                     As
Naar       ons      Thuis.
voorwaarts naar ons Thuis (naar ons Thuis).
    Es7     Des   As
Wij zijn op reis naar Huis,
                      Wij zijn op reis naar
    Es7     Des   As  Es7
Wij zijn op reis naar Huis.
Huis,                 Wij zijn op reis naar
                                                As
Zin-gend gaan  wij, zingend gaan wij naar ons Thuis.
Huis.    Zin - gend         gaan wij naar ons Huis.
Vers 2
Opwaarts gaat 't bij zonneschijnsel,
Naar ons hemels huis (hemels huis).
Opwaarts gaat 't bij zonneschijnsel,
Opwaarts steeds naar 't hemels huis (naar huis).
't Pad wou Jezus banen.
't Kostte Bloed Hem en tranen.
Naar de hemel, naar de hemel,
Ja, wij gaan naar huis!
Vers 3
Doemen dreigend donk're diepten,
Toch voert 't pad naar huis (naar huis).
Wil ons 't schaduwdal verschrikken,
Opwaarts toch naar 't hemels huis (naar huis).
Jezus is ook bij mij,
Door het donker der vallei.
'k Vrees geen sterven, 'k vrees geen sterven,
Want ik ga naar huis!
(De in rood vermelde tekst is de tekst van de tegenzang.)