218a - Wij trekken Hemelwaarts
 
1 Smal en steil, haast onbegaanbaar,
Gaat het pad naar huis (naar huis).
En des pelgrims voet wordt moede,
Op de weg die gaat naar 't kruis (naar 't kruis).
Maar de blik naar boven,
Dan zal 't hart opnieuw gaan loven,
Want wij na-d'ren, want wij na-d'ren
Nu ons Vaderhuis!
 
Refrein Wij trekken hemelwaarts,
Wij trekken hemelwaarts,
Wij trekken hemelwaarts,
Wij trekken hemelwaarts,
Zingend onze baan
Zingend onze baan,
Hemelwaarts.
Hemelwaarts (hemelwaarts).
Wij trekken hemelwaarts,
Wij trekken hemelwaarts,
Wij trekken hemelwaarts,
Wij trekken hemelwaarts,
Zingend, zingend, zingend, zingend hemelwaarts.
Zingend, zingend hemelwaarts.
 
2 Enkel vreugd' is ons vooruitzicht
In het Vaderhuis (Vaderhuis).
Zorgen, smarten, leed en moeite
Overwon Hij, aan het kruis (het kruis)!
Voor de gouden troon
Reikt de Heiland ons de kroon.
Eeuwig jubel, lof en jubel,
Is in 't Vaderhuis!
 
3 Moede wand'laar, hier beneden,
Diep in zorg en nood (zorg en nood),
Wilt ge niet met ons de weg gaan,
Die u voert uit nacht en dood (en dood)?
Waarom langer schromen?
Maak een eind aan al uw dromen.
O, ga met ons, ga toch met ons
Naar het Vaderhuis!
 
(De in rood vermelde tekst is de tekst van de tegenzang.)