203 - Als Gods kinderen opwaarts gaan
 
(Het lied wordt voorafgegaan door een kort voorspel.)
 
1 Als de dageraad zal lichten,
Van die dag, zo lang verwacht,
O, dan zal het duister zwichten,
Van de lange lijdensnacht.
De bazuine Gods zal klinken.
Graven zullen opengaan,
En het eng'lenkoor zal jub'len,
Als Gods kind'ren opwaarts gaan (ja opwaarts gaan).
 
Refrein Opwaarts, om mijn Heer t' ontmoeten,
Opwaarts, tot der sterren baan (der sterren baan).
Wat een vreugde zal dat wezen,
Als Gods kind'ren opwaarts gaan (ja opwaarts gaan).
 
2 Gods gemeente zal verrijzen,
Duur gekocht door 't Bloed van 't Lam.
Eeuwig zal zij Jezus prijzen,
Die haar zonde op Zich nam.
Al de schuld zal zijn vergeven,
Ied're zonde weggedaan.
Als de hemelpoort zich opent,
En Gods kind'ren opwaarts gaan (ja opwaarts gaan).
 
3 Hier beneÍn zijn donk're wolken,
Schaduwen van angst en pijn,
Maar wij zullen opwaarts varen,
Naar dat land vol zonneschijn.
In die gouden stad van vrede,
Kan geen zorg of leed bestaan.
Wat een vreugde zal dat geven,
Als Gods kind'ren opwaarts gaan (ja opwaarts gaan).