202 - Voor eeuwig te laat
 

Vers 1
 F       Fdim7 F  C7   C6  C7  F
Komt maag-den, bereidt u - we lampen,
Fmaj7 Bes                F
Hebt  gij ze met olie gevuld?
   Bes              Besm F
Uw Bruidegom zal weldra  komen,
    G       G7        C7
Met hemelse glorie omhuld.
    F  Fdim7 F  C7 C6 C7   F
O, bidt om   de o-lie des Geestes,
  F7     Bes               C7   A
Straalt licht uit waarheen gij gaat,
F                         F7 Bes
En geeft toch uw hart aan de Heiland,
Besm   F               C7    F
Want straks is 't voor u te laat.
Refrein
 F7  Bes               Besm F
Laat branden de lamp u-wer zie   -    le,
Laat branden de lamp u-wer ziel, uwer ziel,
     C7             F Cisdim7  Dm         Bes  F
Laat los wat uw har  -  te   schaadt.
Laat los wat uw har  -  te   schaadt, har-te schaadt.
                      F7  Bes
O ziel, geef uw leven aan Je    -     zus,
O ziel, geef uw leven aan Je-zus, aan Hem,
 Besm  F Cisdim7 Dm  C7     C6  F       Bes F
Straks is  het  voor eeuwig te laat.
Straks is  het  voor eeuwig te laat, ja te laat.
Vers 2
Een rouwfloers zal d' aarde bedekken,
Benauwdheid zal wonen in 't hart,
Maar Jezus wil straks Zijn getrouwen,
Verlossen uit rampspoed en smart.
Komt maagden, bereidt uwe lampen,
En kleedt u in 't bruidsgewaad.
Slechts zij die gereed zijn gaan binnen,
Straks is het voor u te laat.
Vers 3
Op maagden, weest wakend en biddend,
Gaat uit, uwe Heer tegemoet.
Laat helder uw lamplicht steeds schijnen,
Totdat gij uw Heiland ontmoet.
De deur der gena wordt gesloten,
Wee hem, die dan buiten staat.
Ontwaakt, gij die slaapt, laat u redden,
Straks is het voor u te laat.
(De in rood vermelde tekst is de tekst van de tegenzang.)