Glorieklokken 196 - Tot U en tot de Zoon, o God

Vers 1

As           Es7 Fm  Des As
Tot U en tot de Zoon, o  God,
      Des As  Fm  Es   As
Rijst dag aan dag ons lied.
         C  G7sus4 C7   Fm  C  Fm
Hij trad de  wijn-pers, Hij alleen,
Fm7   Bes7     As  Bes7 Es
Om 't heil dat Hij ons biedt.
Es7  As As7 Des6  As7   Des  F/C Besm
Zijn ei-gen arm slechts bood Hem hulp.
Es7  As   Es    Es7  As6   Es7  As
Fier--- schreed Hij voort, vol moed,
Edim  Fm    As7 Des   F   Besm  Besm7 Es7
Zijn kleed, in  wijn des toorns  ge-drenkt,
 As  Es  Es7 As6 Es7  As
Rood van des vijands bloed.

Vers 2

Tot U en tot de Zoon, o God,
Rijst dag aan dag ons lied,
Hem die de trotse macht versloeg,
Ontrukte zijn gebied.
Hij voer, in majesteit en kracht,
In afgronds diepten neer.
Hij bond de sterke, nam zijn buit,
En bracht zijn wapens weer.

Vers 3

Tot U en tot de Zoon, o God,
Rijst dag aan dag ons lied.
Hij toch brak door in 't rijk des doods,
En deed zijn kracht teniet.
Verbroken is de ban van 't graf,
Nu Hij, de sterke Held,
De duist're poort voor eeuwig sloot,
Bedwong des doods geweld.

Vers 4

Tot U en tot de Zoon, o God,
Rijst dag aan dag ons lied,
Hem, die ons redde door Zijn Bloed,
Door Uw gena, om niet.
Uw machtig' arm was Hem tot steun,
Heeft ons door Hem bevrijd.
Aan Jezus Christus zij de eer,
Nu en in eeuwigheid.