185 - Ik heb een Bron, diep in mijn hart
 
(Het lied wordt voorafgegaan door een kort voorspel.)
 
1 O, spreek mij niet van het aards genot,
't Oude leven is thans voorbij.
Ik vond een vreugde in mijn God,
Van groter en meer waardij.
Sinds Jezus trouw aan mijn zijde gaat,
Die al mijn noden en smart verstaat,
Kan 'k zingen hoe ook de satan tart:
'k Heb een Bron van vreugd in mijn hart.
 
Refrein Een Bron van zaligheid,
Een Bron van zalig-, zaligheid,
Die springt tot in eeuwigheid!
Die springt tot in eeuwig-, eeuwigheid!
Mijn Jezus nam weg al mijn zond' en smart!
'k Heb een Bron van vreugd in mijn hart (mijn hart).
 
2 Aan stille waat'ren voert Hij mijn ziel,
En in grazige groene wei.
Een teed're Herder is de Heer,
Een leidsman en vriend voor mij.
Eens wandeld' ik in een woestenij,
Maar thans blijmoedig aan Jezus' zij,
In 't paradijs, vrij van zorg en smart.
'k Heb een Bron van vreugd in mijn hart.
 
3 De wereld ligt nu ver achter mij.
'k Ben op weg naar het hemels land.
De Heiland draagt mijn zorg en last.
Mijn toekomst ligt in Zijn hand.
Mijn ziel, gelaafd door de levensbron,
Bloeit als een bloeme in 't licht der zon,
Een licht, dat iedere schaduw tart.
'k Heb een Bron van vreugd in mijn hart.
 
(De in rood vermelde tekst is de tekst van de tegenzang.)