182 - Gestorven en verrezen met Christus
 

Vers 1
Es Esdim Fm7   Es
O,  met  mijn Heer gekruist te zijn,
Bes7 Besdim Bes7          Es
 Za - lig    ge-heim, zo diep en rein.
    Esdim Es             As
Dood aan  de zond' en 't eigen ik,
 F7  Dm F7 Bes     Dm F7 Bes
Rust ik in Hem elk o-gen-blik.
Bes7 Besdim Bes7          Es
Dood  aan    de krankheên van weleer,
Bes7 Besdim Bes7        Es Esdim  Es
Waar-lijk    ge-storven met mijn Heer.
   Esdim Es     Es7 As  Es7 As
Won-der  geluk, zo diep en rein,
           Es      Gm  Bes7 Es
Met mijne Heer gekruist te zijn.
Refrein
Es                       Bes7
O, met mijn Heer gekruist te zijn,
                   Es
Welk een gena, zo diep en rein.
             Es7 As
Met Hem verrezen uit de dood,
               Es     Gm  Bes7  Es
Prijs ik Zijn liefde eind'loos groot.
Vers 2
Zaal'ge verrijz'nis uit het graf,
't Doodskleed der zonde viel gans af.
Tot een nieuw leven opgestaan,
Vang ik de tocht naar Sion aan.
Nauw is de poort en smal het pad,
Doch 'k zie van ver de gouden stad,
Waar mij de palmtak wacht en kroon.
Daar schenkt God mij 't genadeloon.
Vers 3
Vrij door het dierbaar Bloed van 't Lam,
Dat onze zonde op zich nam.
Vrij van de ziekte, zorg en nood,
Volg 'k Hem getrouw tot in de dood.
Geest, ziel en lichaam gans bevrijd!
O, welk een vreugd en zaligheid!
Ere zij 't Lam, dat voor mij stierf,
Eeuw'ge verlossing mij verwierf.