Glorieklokken 176 - De gouden stad

Vers 1

Bes                            F       Es        Bes
Daar 's een stad, ver omhoog, niet met handen gebouwd,
Es7      Bes                 C7     F7
Door God Zelf voor Zijn kind'ren bereid,
Bes                         F      Es         Es7
Vol van glorie en pracht, nooit op aarde aanschouwd,
 A7     Bes          F7            Bes
Waar de lofzang weerklinkt wijd en zijd.

Refrein

Bes      Bessus4 Besdim Bes 
 O, lief - lijk    Je - ruz'lem,
 Es          Esdim             Bes
Heer-lij-ke  woon - plaats van God,
Woon    -    plaats        van God,
Heer-lij-ke, heer - lij -  ke  woon-plaats van God,
         Bessus4 Besdim Bes
Rustoord  voor    mijn  ziele,
C7        F7
Zalig  ge-not,
Zalig, o  za-lig genot,
Bes      Bessus4 Besdim Bes
 O, bloem - hof   van    E-den,
Es          Esdim        Bes
Vre-dig  en lief-lijk te-huis,
Vre    -    dig       te-huis,
Vre-dig, o  vre- dig  en lief-lijk tehuis,
        G   G7  C7     A
't Pad dat daar henen leidt
 A7 Bes         C7  F7   Bes
Gaat o-ver  Cal-va-ries kruis (o- ver 't kruis).
Gaat o-ver, gaat o-ver  Cal -  va-ries   kruis.

Glorieklokken 176 - De gouden stad

Vers 2

't Oog vol tranen en zorg heft zich op naar het licht
Van die stad waar geen schaduwen zijn.
Op dat zalig tehuis is mijn blik steeds gericht,
Waar 'k zal rusten aan 's hemels fontein.

Vers 3

In Gods bloemhof zo schoon staat mijn woning gereed,
Waar de eeuwige vrede mij wacht.
O, gij lichtstad, op groenende heuv'len gebouwd,
Hoe mijn ziel naar uw heerlijkheid smacht!

Vers 4

Wat een vreugd' zal het zijn als ik Jezus zal zien,
In dat land waar de zon nimmer daalt,
Als 'k aanbiddend mag knielen voor Hem, die mij mint,
Die de losprijs voor mij heeft betaald.
(De in rood vermelde tekst is de tekst van de tegenzang.
De groene tekst is een tweede tegenzangpartij.
De hoofdmelodie in het refrein zit in de tweede stem.)