170 - Ik woon in Kanašn
 
1 Wij zijn gekomen uit Egypte,
Het land van zonden, ach en wee,
En zijn het smalle pad getogen,
Dat leidde door de Rode Zee.
 
Refrein Ik woon in Kanašn, ik woon in Kanašn,
Het land van vred' en zielsgenot,
Ik woon in Kanašn, ik woon in Kanašn.
Daar rust ik in mijn Heer en God.
 
2 Het oude leven is gestorven.
't Ligt achter mij in de woestijn.
Mijn harte koestert een begeerte
Om altijd met de Heer te zijn.
 
3 Ik leer de lengt' en breedte kennen
Van dat godzalig hemels land.
Mijn dierb're Jezus is mijn leidsman,
Ik wandel veilig aan Zijn hand.
 
4 Ik heb mijn Jericho's veroverd
Door de genade van mijn Heer.
Als overwinnaar ga 'k door 't leven,
En geef van alles Hem de eer.