168 - De ivoren paleizen
 
1 Mijn Heer draagt kleed'ren, zo wonderschoon,
Van mirre en aloŽ.
Hun teed're geur vervult heel mijn ziel
Met liefde en zaal'ge vree.
 
Refrein Uit de ivoren paleizen,
Diep in een dal van smart,
Daalde Hij neer, mijn dierb're Heer,
Tot in mijn zondaarshart.
 
2 Zijn leven legde mijn Heiland af.
Zijn kruis droeg Hij voor mij.
En als ik denk aan die trouw, zo groot,
Dan wordt mijn hart zo blij.
 
3 In kassi is Zijn kleed gedoopt.
O, raak de zoom slechts aan:
Een wond're kracht stroomt daarvan uit
Tot kranken zwaar bela‚n.
 
4 Hij daalde neder van omhoog
Tot zondaars, zoals wij.
Komt kranken, raakt Zijn kleed nu aan
En heden zijt gij vrij.