142 - Geef alles
 

Vers 1
 Es
Kent gij reeds de ganse volheid van Gods liefde in uw hart?
                         Bes
Zijt gij met de Geest vervuld?
      Bes7              Bes7sus4    Es
Jezus kwam om u te dopen  met   de Heil'ge Geest en vuur.
        Bes  F Bes F7  Bes
Hij vergeeft u al  uw schuld.
Refrein
Bes7                     As    Bes7    Es
 Je-zus wil uw hart met lief-de o-ver-stro    -   men,
 Je-zus wil              uw           har-te over-stro-men,
       Bes7
Als gij op het altaar legt,
Bes7sus4     Es
't „Ei - gen ik”, onrein en slecht.
Es7     As                    Bes7     Es
Hij vervult u met Zijn lief-de en Zijn glo      -      rie,
Hij vervult             uw             har-te met Zijn glo-rie,
               As6  Bes Bes7  Es
Als g' uw „al” op 't al-taar legt!
Vers 2
Breng uw zonden en gebreken onder Jezus' dierbaar Bloed.
Kom met al uw nood en smart.
Wijd u toe aan 's Heren zaak en geef u zelven eens voor al.
Jezus vraagt uw ganse hart.
Vers 3
Onuitputt'lijk is de olie in het vat van Gods gena,
Onveranderlijk Zijn macht.
Hij wil dopen met Zijn vuur en Geest, met gaven en met kracht
Ied're ziel, die op Hem wacht.
(De in rood vermelde tekst is de tekst van de tegenzang.)