123 - Is uw „al” op het altaar?
 

Vers 1
 F
Gij hebt lang reeds gezocht, naar meer liefd' en geloof,
     C             C7        F   Bes  F
En gebeden met aandrang en smart.------

Geef uw leven aan God; leg op 't altaar uw „al”.
       C               C7     Bes  Bes  F
Hemelvrede doorstroomt dan uw hart.------
Refrein
F      Bes           C7         F
Is uw „al” op het altaar ten offer gebracht,
   Bes           G7            C7
Uw ziel reeds vervuld met des Geestes kracht?
F
O, gij vindt nimmer rust voor uw zoekende ziel,
       C             C7     F    Bes  F
Tenzij alles bij God is gebracht.------
Vers 2
Wilt ge wand'len met God in het licht van Zijn Woord?
Wenst gij heilig en smett'loos te zijn?
O, gehoorzaam Zijn wil; leg uw „al” aan Zijn voet,
En Zijn Bloed wast van zonden u rein.
Vers 3
Welk een rijkdom van kracht is de ziele beloofd,
Die zich stelt onder Godd'lijke tucht.
Hij, die lichaam en geest in de hand legt van God,
Zal een boom zijn, steeds dragende vrucht.
Vers 4
O, welk zalig genot, steeds te leven met God,
En een rank van de wijnstok te zijn.
Gans ontledigd van zelfzucht, doorstroomd van gena,
Kunt gij leven als d' eng'len zo rein.