119 - Iets gebeurde met mij
 
1 Eens verlangde mijn ziele naar werelds genot.
'k Leefde gans voor mijzelf ver verwijderd van God,
Maar de Heer riep mij 'n halt toe, en stond aan mijn zij.
Daar scheen licht op mijn pad; iets gebeurde met mij.
 
Refrein Iets gebeurde met mij! Iets gebeurde met mij!
'k Lag met keet'nen gebonden, maar nu ben ik vrij.
'k Wierp een blik op het kruis en mijn hart werd zo blij.
O, geprezen zij God! Iets gebeurde met mij!
 
2 Als beproeving mij naakte in de ure van smart,
En de vijand mij twijfelzucht plantt' in mijn hart,
O, dan maakte een blik op mijn Heiland mij vrij.
'k Werd verlost door Zijn Bloed; iets gebeurde met mij.
 
3 Als de zorgen des levens mij drukten zo zwaar,
Of de storm mij bedreigde in 't uur van gevaar,
O, dan voeld' ik mijn Heiland zo innig nabij.
Hij nam weg al mijn smart; iets gebeurde met mij.
 
4 O, die wondere stond die ik nimmer vergeet,
Toen mijn Jezus m' ontrukte aan zonde en leed,
Toen 'k mocht juichen: mijn Heer kocht voor eeuwig mij vrij!
Welk een glorie en vreugd; iets gebeurde met mij.