117 - Op het smalle pad met Jezus
 
1 Op het pad der wereld vond 'k geen vree.
Neen, de zonde bracht mij ach en wee.
Toen verhoorde God mijn droeve be
En ik vond gena bij Jezus.
 
Refrein Op het smalle pad met Jezus,
Op het smalle pad met Jezus,
In des levens woestenij
Gaat mijn Heiland aan mijn zij.
Op het smalle pad
Houdt Hij steeds mijn hand gevat.
 
2 Op dat smalle pad schijnt hemels licht,
Waar de macht der duisternis voor zwicht.
Daar is 't oog slechts naar omhoog gericht,
Op het smalle pad met Jezus.
 
3 Als mijn hart bezwijkt is Hij mijn kracht.
Ja, een ster is Hij in donk're nacht.
In beproeving troost Gods stem mij zacht,
Op het smalle pad met Jezus.
 
4 Slechts de wand'laars op het smalle pad
Mogen ingaan in de gouden stad.
Die hun Meester hebben liefgehad
Blijven steeds vereend met Jezus.