111 - Vat mijne hand
 
1 Vat mijne hand, ik ben zo zwak en hulp'loos.
Zonder Uw hulpe durf 'k alleen niet gaan.
Vat mijne hand, en dan o dierb're Heiland,
Kan in Uw kracht, ik elke storm weerstaan.
 
2 Vat mijne hand, en trek mij nader tot U.
Dicht aan uw hart is 't veilig voor Uw kind.
Vat mijne hand, opdat ik niet verdwale.
Steun mij o Heiland, die mijn ziel bemint.
 
3 Vat mijne hand, de weg ligt donker voor mij,
Zo niet Uw aanschijn mij is toegewend.
Licht wordt mijn pad, gaat Gij slechts met mij mede,
Gij, die alleen mijn zorg en moeiten kent!
 
4 Vat mijne hand, en leidt mij door dit leven,
Straks ook bij 't trekken door de doodsjordaan.
Laat hemels licht, mij arme, dan bestralen,
Tot ik de gouden poort mag binnengaan!